www.smartengeldadvies.nl

Rechtsontwikkelingen smartengeld binnen de Europese Unie

De sociale voorzieningen zijn in Nederland in de achterliggende decennia in hoge mate versoberd en wegbezuinigd. Eerder beriepen rechters zich op de uitstekende sociale voorzieningen in Nederland maar dat houdt al jarenlang geen stand meer.

Overigens geldt in beginsel dat onderscheid wordt gemaakt tussen materiële schade en immateriële schade, ofwel dat het smartengeld (deels) niet dient ter dekking van de door het betreffend ongeval opgeroepen kosten en inkomensdervingen. De praktijk is evenwel dat niet door verzekeraar erkende schadeposten wel degelijk door het slachtoffer worden bekostigd uit het ontvangen smartengeld.

Voorts mag niet uit het oog worden verloren dat een eenmaal met de aansprakelijke verzekeraar getroffen schikking veelal een weging is van goede en kwade kansen en indien later het slachtoffer hiervan toch financiële nadeel ondervindt, het smartengeld als een welkome aanvulling wordt aangemerkt.

Het smartengeld heeft indirect wel degelijk van doen met vergoeding van materiële schade

Prof. Mr. Lindenbergh verdedigde op 28 oktober 1998 zijn zeer omvangrijke dissertatie “Smartengeld” aan de Rijks Universiteit Leiden. Deze dissertatie uitgegeven in boekvorm geldt in en buiten rechte als leidraad voor de letselschaderegeling.

Ruim tien jaar later brengt Prof. Mr. Lindenbergh een aanvulling op zijn eerdere dissertatie uit geheten “Smartengeld tien jaar later”. Verwezen wordt naar de pagina’s 75 tot en met 78 welke betrekking hebben op de hoogte van smartengeldbedragen.

Prof. Mr. Lindenbergh stelt vast dat de smartengeldbedragen in Nederland al jaren lang niet nominaal groeien en de indexatie niet bij houdt; de topbedragen houden geen gelijke tred met de geldontwaarding.

In de verdergaande Europese Eenwording die in de laatste decennia een hoge versnelling ondergaat, valt op hoe Nederland wat toewijzing van smartengeldbedragen onderaan staat. Vrijwel in alle landen van de EU heeft in een periode van zes jaar een forse stijging van smartengeldbedragen plaats gevonden, behalve in Nederland dat steeds verder achter loopt.

In de recente smartengeldbundel van de ANWB, 17e druk 2009, valt op dat de letselcategorieën van zeer licht tot zeer ernstig letsel niet meer zijn opgenomen. Volgens de secretaris Mr. Jansen is dat doelbewust gedaan omdat rechters bij het bepalen van een smartengeld bedrag geneigd zijn uit te gaan van bestaande bedragen en geen oog hebben voor wat onder anderen Prof. Mr. Lindenbergh betoogt.

Hoogste toegewezen smartengeldbedragen  in de Europe Unie

Jaar 1999 2005/2006
 Duitsland  256.000  500.000
 Italie  362.000  500.000
 Engeland  232.000  330.000
 Schotland  234.800  290.000
 Spanje    273.000
 Oostenrijk    218.000
 Frankrijk    154.000
 Nederland  136.000  136.000

Prof. Mr. Lindenbergh betoogt dat nu Europa verder ineengroeit, de Nederlandse rechter geen autonome Nederlandse ontwikkeling kan blijven volhouden.

Voorts stelt hij vast dat hij geen verschillen tussen de landen van de EU kan vaststellen gebaseerd op onderscheid van de stelsels in functies, in koopkracht, in vergoeding van andere schadeposten en voegt daar aan toe dat de verschillen vooral zijn terug te voeren op autonome historische ontwikkelingen.

De Nederlandse rechter staat bij de begroting van de hoogte van smartengeldbedragen dan ook met twee benen in het verleden!

Voorts wordt verwezen naar het artikel van jhr. Mr. De Bosch Kemper, voormalig cassatie-advocaat Waarborgfonds Motorverkeer en thans redacteur van ANWB Verkeersrecht, geplaatst in de ANWB Smartengeldbundel 2009, blz. 6 t/m 8. Het wordt zo concludeert jhr. Mr. De Bosch Kemper hoog tijd dat, mede gelet op de ontwikkelingen in het buitenland, Nederland op het gebied van smartengeldbedragen de bakens moet gaan verzetten. Voor hogere verzekeringspremies behoeft niet gevreesd te worden, het gaat (gelukkig maar) om enkele gevallen per jaar.

In het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2007 (BB5172) zegt de Procureur Generaal Mr. Spier, over smartengeld onder anderen het volgende:

RO 4.47: Ik teken hierbij nog aan dat de in Nederland toegekende bedragen schril afsteken bij die welke in de meeste andere West Europese langen worden toegekend. Schraalhans is hier keukenmeester. Zeker gezien deze karigheid…….. etc.

In Verkeersrecht 2010 nr. 1 bespreekt de Vice President van de Rechtbank Utrecht Mr. Sap (voormalig letselschade advocaat) het proefschrift van Mr. Dr. Verburg die op 26 maart 2009 promoveerde op het onderwerp “ Vaststelling van smartengeld”.

Verburg volgt de lijn van Lindenbergh door op te merken dat Nederland binnen de Europese Unie ver achter blijft wat de hoogten van toegekende bedragen aan smartengeld betreft.

Verburg wijst er in haar proefschrift op dat bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld in een concreet geval een paar zaken opvallen: de beslissing zijn vaak karig gemotiveerd, maar zij zijn ook zozeer geënt op gevalsvergelijkingen, dat de hoogte voor een reeks vergelijkbare gevallen min of meer vastligt.

Deze oriëntatie op eerdere gevallen zorgt er volgens Verburg voor dat de ontwikkeling van het smartengeld in Nederland dan ook enige jaren lijkt te stagneren. Lindenbergh had deze constatering overigens al gedaan.

De rechter geeft zich, aldus Verburg, onvoldoende rekenschap van ontwikkelingen in het buitenland en/of de maatschappelijke ontwikkelingen in de waardering van letsels in het algemeen. Zelfs de geldontwaarding wordt volgens Verburg niet altijd verdisconteerd. Dit leidt tot verstarring en bevestigt dat de indruk dat de rechter zuinig lijkt.

Verburg geeft nog aan dat de gevalsvergelijking zich grotendeels voltrekt aan de hand van raadpleging van de ANWB smartengeldgids en noemt dit een “gebrekkig mechanisme ter coördinatie van rechtspraak”

Aan het eind van haar proefschrift geeft Verburg aan dat het goed is dat iemand weer eens goed de boel opschudt (…) alleen al om eens kritisch te kijken naar de opzet en methodiek van de Smartengeldgids en last but not least naar de motivering van rechterlijke beslissingen.

Aandacht verdient voorts het recente artikel “Smartengeld”in Letsel & Schade 2010 nr. 1 van Mr. Roth dat overzichtelijk de toenemende voorzichtige kritiek zijdens rechtsgeleerden op de omstandigheden dat rechters (te) zuinig en (te) voorzichtig zijn bij het bepalen van smartengeldbedragen, de ontwikkelingen in de maatschappij en binnen Europa niet of onvoldoende meewegen en zelfs niet de geldontwaarding meenemen.

Gezien bovenstaande toelichtingen dient het smartengeld in Nederland substantieel verhoogd te worden gelet op:

  • de ontwikkelingen in het buitenland, met name de Europese Unie
  • het gegeven dat de Nederlandse smartengeld bedragen nominaal niet groeien
  • de smartengeldbedragen in Nederland de indexatie niet bijhoudt
  • de topbedragen smartengeld geen gelijke tred houden met de geldontwaarding
  • rechtsgeleerden een inhoudelijk pleidooi houden tot verhoging van het smartengeld

Indien u meer wilt weten over smartengeld, neemt u dan ook eens een kijkje in letselschade forum.